Algemene info borstlift/borstverkleining

BORSTLIFT / BORSTVERKLEINING

Een borstlift is een ingreep waarmee hangende borsten worden gecorrigeerd.

Bij een borstverkleining wordt er overtollig vet en/of klierweefsel weggenomen.

Door gewichtsverlies, elasticiteitsverlies bij het verouderen, zwangerschap of het geven van borstvoeding, kunnen de borsten gaan doorhangen. Hierdoor ontstaat een diepe borstplooi en bevindt de tepel zich vaak lager dan de borstplooi.

Een borstlift zal de vorm en de stevigheid van de borsten verbeteren.

Is de borst niet alleen verslapt, maar bovendien te weinig gevuld, dan is het mogelijk een borstlift te combineren met het inbrengen van een borstprothese.

Dit geldt ook indien de tepels niet te laag staan. Hoe meer de borst doorhangt, hoe groter de prothese dient te zijn. Bij matige doorzakking zal men dus een vergroting van één of twee cups door voeren om terug strakkere borsten te kunnen creëren. Het voordeel is hier dat de littekens zeer beperkt blijven, het gevoel in de tepel bewaard blijft en borstvoeding meestal mogelijk blijft.

Vrouwen met grote, zware borsten, ervaren vaak rugklachten. Dit is zeker een reden om een borstreductie te overwegen. Hierbij zal de plastisch chirurg in overleg met de patiënte een cupmaat aanmeten die in verhouding staat tot het lichaam. Door het uitvoeren van een borstreductie bekomt men vaak ook een liftend effect van de borsten waardoor de vrouw niet alleen mooie en kleinere borsten zal hebben maar ook opmerkelijk stevigere borsten zal ervaren.

De ingreep

Bij een borstlift of -reductie maakt de chirurg 2 incisies. De eerste loopt rond het tepelhof, de tweede verloopt onderaan, van het tepelhof naar de borstplooi.

De overtollige huid (en eventueel vet en/of klierweefsel) wordt weggesneden, de tepel en tepelhof blijven verbonden aan het borstklierweefsel en worden naar een hogere positie verplaatst. De huid die boven de tepel ligt wordt langs onder naar elkaar toegebracht. De nieuwe vorm van de borst wordt op deze manier gecreëerd.

Postoperatief

Afhankelijk van de gebruikte operatietechniek krijgt u eventueel drains onder de huid om het overtollige wondvocht af te voeren. Deze worden verwijderd na ongeveer 3 à 5 dagen.

U moet gedurende 1 maand een stevige BH dragen.  Deze BH wordt u dadelijk na de ingreep aangemeten opdat deze perfecte steun kan bieden.

De eerste weken bent u beperkt in uw bewegingsvrijheid van armen en schouders. Het is aan te raden niet te sporten of te tillen in deze periode.

De draadjes worden verwijderd na een 10-tal dagen.

De littekens zijn in het begin nogal roodkleurig, maar deze roodheid verdwijnt geleidelijk.

Na 2 weken postoperatief mogen de littekens gemasseerd worden met een hydraterende crème om de genezing te bevorderen.

Risico’s

Het risico wordt voornamelijk bepaald door drie factoren:

Roken

Roken geeft duidelijk meer wondproblemen.

Systeemziektes

Suikerziekte, zwaarlijvigheid, hartstoornissen, hoge bloeddruk, …. geven een verhoogd risico op wondproblemen doordat de weefsels minder doorbloed zijn.

Hoogte van de tepel

Hoe meer de tepel naar boven moet geplaatst worden, hoe groter het risico op gevoelsstoornissen of doorbloedingsstoornissen van de tepel.

Uw arts zal U op de hoogte stellen van eventuele risico’s, rekening houdend met uw persoonlijke situatie maar doorgaans zijn de risico’s klein.

Resultaat

Na een maand kan het resultaat goed beoordeeld worden. De meeste vrouwen zijn héél tevreden en trots.  

Soms kan het zijn dat het litteken een beetje gecorrigeerd moet worden, dit is afhankelijk van de gebruikte operatietechniek. Deze correctie gebeurt meestal onder lokale verdoving en geeft een goed resultaat.